Ze zijn er weer. Mals en sappig. Fris en groen. Mijn oog valt er altijd op. Ik pik ze er steeds weer uit. Als ik ze zie moet ik plaatsvervangend watertanden voor mijn konijnen. Die dolgraag smullen van die overheerlijke bladeren. ‘Laat het maar altijd voorjaar en zomer zijn’, zie ik ze dan denken.

Tassen vol

Als kind al liep ik te sjouwen. Met tassen vol. Vers afgesneden. Weer voor een paar dagen een heerlijk maal voor mijn 11 konijnen en 4 cavia’s. Ik vond het leuk om ze te verzamelen. En ik genoot van die dankbare op en neergaande konijnenwangetjes bij het opsmikkelen. Alsof ik ze zelf proefde. Mijn ‘vee’ leefde er goed op en werd ermee oud.

Geel en pluizig

En nu nog vallen ze me op. In bermen. In weilanden. Hoe malser, hoe liever. Een beeld dat nooit meer uit mijn hersenen verdwijnt. En als je geluk hebt, met een prachtige gele bloem erbij. Of met die kwetsbare pluizenbollen. Klaar om door de wind uiteen geblazen en verspreid te worden. Om het jaar erna in nog grotere getalen terug te keren.

Simpel

Op het eerste gezicht een simpele huis-tuin-en-keukenbloem. Maar o zo mooi als je ze beter bekijkt. Met de tientallen lintbloemetjes die samen het grote bloemhoofd vormen. En de duizenden bloemen die samen de weilanden geel doen kleuren. Een lust voor het menselijk oog. Een genot voor de konijnenmaag.

Ode aan die ‘simpele’ plant.

Ode aan de paardenbloem!

Pin It on Pinterest

Share This