“Wat een rommeltje is het daar.” Ik hoor het haar zeggen, een oudere dame van een paar straten verderop. En nog een keer: “Wat een rommeltje.”

Ik voel mijn buik samen knijpen. Ik heb de neiging om naar haar toe te rennen, maar ben me ervan bewust dat dit niet het meest handige moment is, met die adrenalinestoot in mijn lijf.

Ik wacht rustig af wat er gebeurt. En ik merk dat mijn eigen buurvrouw van bijna 92 er niet op in gaat. Pfff… gelukkig maar.

De dames staan bij de scheiding van onze tuinen. Ik hoor ze praten vanuit ons nieuw aangebouwde stukje huis. Langzaam laat ik de adrenaline uit mijn lijf zakken. Het raakt me dus, als iemand zo over onze tuin praat.

Vol leven

Nee, we hebben inderdaad niet de meest aangeharkte tuin. Sterker nog, hij is helemaal niet aangeharkt. Maar o, wat geniet ik van al die klaprozen die spontaan tevoorschijn komen en de tuin mooi rood kleuren. Van de miniviooltjes die tussen de stenen van ons zelfgemaakte terrasje door piepen. Van een margriet die zich een weg omhoog baant tussen het hoge gras.

En dan de bijen en de hommels. Massa’s zijn het er. ‘s Morgens vroeg al zoemen ze van jewelste en laden ze hun poten vol met stuifmeel. Ik sta erbij te kijken en geniet met volle teugen.

Strak

Blijkbaar heeft niet iedereen dat zelfde beeld als ik. En is het normaler om perkplantjes te kopen in de plantenwinkel en deze in rechte lijnen op de zwarte grond van een net omgespit stukje tuin te zetten. En als je al helemaal niet van onderhoud houdt, dan betegel je de boel. Ben je van alles af. Ieder zijn lol.

Trots

Een paar dagen later zie ik 4 takken op de oprit liggen. Zo neergelegd dat ze een rastertje vormen. Ik loop erheen. Als ik dichterbij kom, zie ik een ieniemienie klaproosje tussen de klinkers omhoog steken, precies in het midden van de takken. Vertederd kijk ik er naar. Dat kan maar één iemand gedaan hebben. Het nare gevoel van het oordeel van de vrouw van een paar straten verderop maakt plaats voor een warm gevoel van binnen. Ik ben trots. Trots op mijn dochter. Trots dat de liefde voor alles wat groeit en bloeit ook bij mijn kinderen naar buiten komt.

Dankbaar

En, hoewel de grote klaprozen in de tuin hun rode bladeren na 1 dag alweer verliezen, valt het me op dat het ieniemienie klaproosje zijn blaadjes nog dagenlang vast houdt. Terwijl wij met onze fietsen en grote voeten met een boogje er omheen lopen. Alsof het zijn dankbaarheid wil tonen, daar tussen die 4 takken. “Wie het kleine niet eert….”

Pin It on Pinterest

Share This